3.2.2 Randvoorwaarden en criteria

Bij de invulling en uitwerking de maatregelen van het Noodfonds houden we rekening met diverse criteria en randvoorwaarden. Deze zijn:

  1. Algemeen uitgangspunt zijn de Algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht en blijkend uit de rechtspraak.
  2. Er mag geen sprake zijn van ongeoorloofde Staatsteun aan ondernemingen.
    • Mocht de raad/het college voornemens zijn om op basis van de tijdelijke kaderregeling van de Europese Commissie steun te verlenen aan (een) onderneming(en) dan neemt de gemeente ( zoals voorgeschreven) contact op te nemen met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
    • Conform de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 7 mei 2020 overlappen vanuit het oogpunt van doelmatigheid en gelijkheid het voor de nationale staatssteuncoördinatie de gemeentelijke steunmaatregelen en de steunfondsen van het Rijk elkaar niet.
    • Alle Halderbergse ondernemingen in de doelgroep (die getroffen zijn door de maatregelen als gevolg van de coronavirus-uitbraak) komen in aanmerking voor de tijdelijke steunmaatregelen. Er vindt geen bevoordeling of benadeling plaats van ondernemingen in dezelfde doelgroep.
  3. Er mag geen sprake zijn van willekeur. De gemeente bevoordeelt geen individuele gevallen, beziet de gehele groep bezien. Hier geldt tevens het gelijkheidsbeginsel.
  4. De maatregelen doorkruisen het Rijksbeleid niet. Het Rijk heeft al goed nagedacht over de voorwaarden en criteria die het Rijk gesteld heeft. Het ondersteunen van gevallen die niet in aanmerking komen voor steun (buiten de boot vallen) door het Rijk valt ook onder het doorkruisen van het beleid.
  5. Rolneming
    • Richting ondernemers. Hierbij wordt het Rijksbeleid gevolgd en vervult de gemeente een faciliterende, informerende en/of doorverwijzende rol.
    • Richting verenigingen en maatschappelijke instellingen. Dit heeft betrekking op eigen taken van de gemeente. Hierbij pakt de gemeente de regierol. Hierbij kan ook sprake zijn van financiële ondersteuning.
  6. In lijn met het rechtsvaardigheidsbeginsel, kan het college aan verenigingen stichtingen of instellingen (geen ondernemingen) in uitzonderingsgevallen en in het publiek belang, op basis van nog nader te bepalen criteria een renteloze lening verstrekken. Deze komt in de plaats van een financiële bijdrage die niet hoeft te worden terugbetaald.
  7. Het Noodfonds betreft incidentele (financiële) ondersteuning, geen structurele (financiële) ondersteuning.